Planeet 44  ·  Een verhaal over Monstertje

De mop die de
kleine prins niet begreep

en waarom dat precies klopte

Op planeet 44 was het die dag precies zo warm als altijd, wat betekende dat niemand wist hoe warm het was, omdat er niets anders was om het mee te vergelijken.

Monstertje zat op zijn steen — zijn favoriete steen, de enige steen — en wachtte. Niet op iets. Gewoon wachten, zoals je soms doet als je bijna altijd vrolijk bent en even geen reden nodig hebt.

Toen landde er een kleine jongen.

Monstertje keek. De kleine jongen droeg een sjaal en had het soort ogen dat al veel planeten had gezien. Hij keek om zich heen op planeet 44 en zei niets. Dat vond Monstertje meteen interessant.

Monstertje "Wil je een mop horen?" De kleine prins "Wat is een mop?"

Monstertje dacht na. Hij had die vraag nog nooit gekregen. Op planeet 44 was hij de enige die mopjes vertelde, en de steen vroeg nooit iets terug.

Monstertje "Een mop is een verhaaltje dat eindigt met iets dat je niet verwacht. Dan lach je." De kleine prins "Waarom lach je dan?" Monstertje "Dat weet ik niet precies. Maar het werkt wel."

De kleine prins knikte langzaam, alsof dat antwoord ergens naartoe ging.

Monstertje rechtte zijn vlinderstrik en zei:

"Waarom lacht een skelet nooit?"

De kleine prins wachtte.

"Omdat hij niks om het lijf heeft."

Er viel een stilte.

De kleine prins keek naar zijn handen. Toen naar de lucht. Toen zei hij, heel zacht:

De kleine prins "Op mijn planeet staat een roos. Ik dacht dat zij de enige was. Maar later zag ik een tuin vol rozen. Vijfduizend, precies zoals zij."

Monstertje wist niet wat hij daarmee aan moest. Dat was geen reactie op de mop.

Monstertje "Was je verdrietig?" De kleine prins "Ja. Maar daarna begreep ik iets." Monstertje "Wat dan?" De kleine prins "Dat mijn roos niet bijzonder is omdat ze uniek is. Ze is bijzonder omdat ik de tijd heb genomen voor haar."

Monstertje dacht hier lang over na. Langer dan normaal. Zijn staart krulde een beetje.

Monstertje "Dus jij lacht ook niet om mijn mop omdat je de tijd er niet voor hebt genomen?"

De kleine prins keek hem aan. En toen gebeurde er iets bijzonders: hij lachte. Niet om de mop. Om het antwoord.

Monstertje begreep het verschil niet. Maar het klonk hetzelfde. En dat was voor hem genoeg.

Later, toen de kleine prins weer was vertrokken — want kleine prinsen vertrekken altijd — bleef Monstertje op zijn steen zitten.

Hij dacht aan de roos. Aan de vijfduizend rozen. Aan het verschil tussen herkennen en kennen.

Toen vertelde hij de mop nog een keer aan de steen.

De steen zei niets.

Monstertje lachte zelf maar.

Je wordt niet verliefd op een persoon.
Je wordt verliefd op een patroon dat je al kende.
Echte liefde begint pas wanneer het patroon vervaagt
en de persoon zichtbaar wordt.

— naar Berit Brogaard, filosoof en cognitief wetenschapper